50 jaar terug: aanloop naar afbraak Barendrechtse Brug

Het is deze maand vijftig jaar geleden dat een deel van de rijksweg van Rotterdam naar de Hoeksche Waard in gebruik werd genomen in aanloop naar de afbraak van de even beroemde als smalle (uit 1888 daterende) Barendrechtse Brug, die op het einde van zijn bestaan de toenemende autostromen niet meer kon combineren met de openingstijden voor de scheepvaart op de Oude Maas.

Gelijktijdig met de voltooiing van dit nieuwe wegdek (van Heinenoord tot aan de Stougjesdijk) werd door Rijkswaterstaat in 1967 een begin gemaakt met de aanleg van een nieuw stuk autobaan bij de geplande nieuwe 641 meter lange Heinenoordtunnel. In het voorjaar van 1968 werden hiervoor de vijf tunneldelen van elk 115 meter lang afgezonken.

Pas in 1969 werd de Barendrechtse Brug afgebroken, die door brugwachter Jan Brakke gemiddeld zeventig keer per dag moest worden geopend voor de scheepvaart. Het stalen gevaarte werd het grootste verkeersobstakel van Nederland genoemd en was volledig afgejakkerd. Bovendien kwam de brug, waarover tot aan de watersnoodramp in 1953 ook de stoomtram reed, geregeld in het nieuws door dodelijke ongevallen. Vanaf het water van de Oude Maas zijn de contouren van de oude brug nog altijd zichtbaar.

Dat de tunnel uiteindelijk de naam van het dorp Heinenoord kreeg en niet die van Barendrecht kwam mede door de toenmalige Barendrechtse burgemeester Douma, die tijdens het besluitvormingsproces had gezegd: ‘Het kan me niks schelen hoe-ie heet, als er maar komt.’